Arno Groote : Maatschappelijke relevantie van Religie

Hieronder beschreven het artikel / onderzoek die Arno heeft gedaan omtrent dit onderwerp. Hij is benieuwd naar feedback dus heb jij hier een mening over, voel je vrij om contact met hem op te nemen! Religie is het thema, maar alle vormen van zingeving kunnen daarop aansluiten.

Maatschappelijke[C1]  relevantie van religie

Arno Groote

GPW jaar 3

Blok 4

503046

Inhoud

– Inleiding

– De ontwikkeling van religie

– Een mondiaal moraal

– Een dilemma

– Pluralisme

– Eenheid door liefde

– Herdefiniëring van de theologie

– Tot slot

– Bronnen

Inleiding

In het stuk ‘De kerk en de democratische rechtsstaat – een positiebepaling’ wordt de vraag gesteld hoe de  protestantse kerk maatschappelijke taken op zich neemt. En of zij is geroepen om bij te dragen aan het reservoir van maatschappelijk en moreel kapitaal.

In antwoord daarop wordt artikel 1, lid 6 van de kerkorde gezegd dat zij willen ‘oproepen tot de vernieuwing van het leven in cultuur, maatschappij en staat.’

‘Vrijheid, gelijkheid, duurzaamheid, participatie, veiligheid en solidariteit zijn belangrijke waarden en uitdagingen voor de kerk zelf en voor de maatschappij. Hoewel de kerk beseft dat deze waarden heel verschillend kunnen worden ingevuld, herkent zij daarin fundamentele Bijbelse noties als liefde, gemeenschap en vrede. Daarom herkent de kerk ook de betekenis van zulke waarden voor de rechtsstaat en kan zij de rechtsstaat mede daarom voluit aanvaarden als een wezenlijke instelling voor het geordend samenleven. De kerk bevordert waar mogelijk de loyaliteit aan deze waarden en versterkt daarmee het draagvlak voor de rechtsstaat.’

– De kerk en de democratische rechtsstaat – een positiebepaling, blz. 41

In onderstaand stuk ga ik dieper in op hoe het christendom die uitdaging aan kan gaan en wat dilemma’s zijn. Naar het slot toewerkend zal ik trachten een tipje van de sluier op te lichten wat de maatschappelijke relevantie van religie is binnen een veelvormige wereld.

De ontwikkeling van religie

In het ‘Handboek religie in Nederland’ wordt de ontwikkeling beschreven van religie in Nederland, van 1945 tot nu. Zij maken een onderverdeling tussen;

De premoderne periode; 1945 – 1967

De moderne periode; 1967 –  jaren ‘80

De postmoderne periode;  jaren ’80 – heden

De premoderne periode kenmerkte zich door een sterk verzuilde samenleving. Een zuil is een conglomeraat van organisaties, gegrondvest in een levensovertuiging of godsdienst. Zo ontstond protestants-christelijk onderwijs, protestants-christelijke massamedia, protestants-christelijke politiek, protestants-christelijke universiteit, vakbond, werkgeversvereniging, omroepvereniging, dagblad etc. etc. Groepssolidariteit werd gehandhaafd en versterkt, als het moest door demonisering van anderen. Mensen identificeerden zich eerder met hun religieuze gezindte dan met hun natie. Nog nooit waren de kerken zo machtig geweest.

De moderne periode kenmerkte zich door de ontzuiling. Deze berustte op de ontdekking dat men binnen elk van de zuilen grotendeels hetzelfde ethos bleken aan te hangen. Dit was vooral toe te schrijven aan televisie, men kon als het ware bij de ander kijken en zien dat die ander er net zo over dacht als de mensen binnen de eigen zuil. Het bleken aardige mensen met een herkenbare levensstijl. Men liet het gedrag niet meer alleen door de eigen zuil bepalen, maar ging steeds meer de eigen weg. Men liet zich inspireren en motiveren door dingen die ook buiten de eigen zuil gebruikelijk waren geweest.

Wetenschappelijke vooruitgang en industrialisering gaf mensen het idee dat men het lot in eigen hand kon nemen, de maakbare samenleving. Individualisering en emancipatie kregen meer ruimte.

Sinds de jaren ’60 zorgde een anti religieuze stemming ervoor dat de ontkerkelijking versnelde. Religie werd meer en meer gezien als opium voor het volk.

In de postmoderne samenleving draait alles meer en meer om economie. Het vrije marktideaal werd dominant, hier staat het individu centraal, ontdaan van allerlei knellende gemeenschapsbanden. De sociale identiteit hangt niet zozeer meer samen met het kerkelijk gezindte, maar identiteit valt nu veel meer samen met iemands beroep en consumptiepatroon.

Individualisme is meer vanzelfsprekend geworden, religie wordt ook gezien als een individuele keuze. Zoals dat binnen het markt-denken gebruikelijk is.

De sterke individualisering en economisering van het leven roept bij velen een gevoel van leegte op. Is dit alles? Het leidt tot aanbod op de markt van religie en spiritualiteit dat is aangepast op de individuele behoeften en voorkeuren.

We kunnen stellen dat een aantal basis waarden de status van heiligheid hebben gekregen, waarden zoals gelijkheid, vrijheid en broederschap. Men spreekt ook van de sacralisering van de techniek en vooruitgang.

Een mondiaal moraal

Door de tijd heen is de vanzelfsprekende verzuilde samenleving dus ingeruild voor een zeer veelzijdige religieuze en spirituele samenleving. Dat vraagt om een andere vorm van samenleven, een manier van samenleven met verschillen. Zoekend naar gezamenlijke grond.

In het Nederlands theologisch tijdschrift van 6 Mei 2010 staat een artikel van G. de Kruijf en H. de Roest over ‘De rol van kerken in het publieke domein’.

Daarin stellen zij dat er een mondiale pluralistische moraal nodig is, in de geest van een wereldwijd ethos, dat in 1993 door alle representanten van de grote wereldreligies werd opgesteld. Kerken moeten meedenken over die mondiale pluralistische moraal in een breed samenlevingsverband. Daarin dienen de kerken niet vanuit de bijbel naar de realiteit te spreken, maar studerend op de realiteit te zoeken naar oplossingen. Erkenning geven aan mensen, gastvrijheid bieden, geduld en volharding, bruggen bouwen tussen mensen en zorg voor de ander. De kerk dient zich te onderscheiden door haar moraal en praxis.  Daarbij moeten zij argumenterend en niet autoriteit claimend te werk gaan. Ze moeten opkomen voor barmhartige gerechtigheid.

Een dilemma

Maar om voor kerken deze barmhartige gerechtigheid toe te passen in deze pluralistische samenleving rijst er ook een dilemma. Kerken zullen ook de hand in eigen boezem moeten steken.

Religie is verbonden met macht en is verweven met machtsconflicten. Deze macht en de maatschappelijke mobilisatie werd vaak religieus geïnspireerd. Zoals hierboven omschreven met het begrip verzuiling. Het is hierom dat de antireligieuze krachten aan het eind van de twintigste eeuw zo fel waren.

Door de kritiek op de kerkgeschiedenis, het hypocriete kerkelijke spreken en handelen, uitsluitingsmechanismen en de eeuwenlange negatieve beoordelingen van buitenkerkelijke verworvenheden heeft de kerk haar rol als maatschappelijk baken van moraliteit grotendeels verloren.

Het veelkleurige palet van religie en spiritualiteit in de postmoderne samenleving zorgt voor veel spanningen. De stem van de religie word uit het publieke debat geweerd. Religies zoals de Islam, het Hindoeïsme of het Jodendom worden regelmatig door elkaar niet als volledig gelijkwaardig gezien en de post moderne spiritualiteit wordt vaak ondergewaardeerd door etiketten als knuffel spiritualiteit, bricolage geloof of religieus pretpakket. Door interreligieuze polemiek komt de interreligieuze dialoog, en dus het mondiale ethos van moraliteit, moeizaam tot stand.

Hoe kunnen we door al die onderlinge verschillen heen toch samenkomen op een terrein van overeenkomstigheid? Hierboven werd al de noodzaak genoemd van een mondiaal ethos. Een wereldwijd waardesysteem, onderkend door alle partijen. Maar de vraag die nu rijst is hoe?

Pluralisme

Pluralisme gaat uit van de overeenkomst achter de verschillen. Pluralisme is de opvatting van de meerdere wegen die naar hetzelfde doel streven, met andere woorden en gebruiken, maar niettemin in hun streven verenigt.

Het pluralisme komt voort uit een Europa waar altijd al verschillende tradities en religies zijn geweest. Door de vermenging van deze culturen en religies trad er waardestrijd, syncretisering en tolerantie op. De gemeenschappelijkheid die alle verschillende groepen tot een samenleving bond werd in de (post) moderne wereld de verzelfstandigde functionele rationaliteit.

De verzelfstandigde rationaliteit zit hem in de individualisering, mechanisering en de toename van de wetenschap die plaats hebben gekregen in de maatschappij. Het aspect van functionele rationaliteit is een seculiere doorwerking van het traditionele wereldbeeld van het Calvinistische ideaal van hard werken en het jezelf en de wereld verbeteren. In het seculiere beeld van hard werken en het jezelf en de wereld verbeteren staan effectiviteit en efficiëntie centraal. Het is dit centrale thema dat alle verschillende wereldbeelden bundelt in concurrentie en samenwerking. Het vooruitgangsgeloof wordt door vernieuwing en kritisch kijken in stand gehouden.

Als de effectiviteit en efficiëntie los komen te staan van de bindende en overeenkomstige waarden die in de traditionele samenleving te vinden waren, dan wordt ze een doel op zich. Functionele rationaliteit woekert dan voort zonder duidelijk gemeenschappelijk doel, zonder gemeenschappelijke waarden. Hier wordt dan gesproken van verbrokkeling van het waardenpatroon.

Het pluralisme en in het speciaal het religieus pluralisme wordt als ideaal gezien om de interreligieuze dialoog op gang te helpen. Daarbij wordt er door het pluralisme nadruk gelegd op overeenkomstige waarden vanuit de verschillende tradities.

Communicatie is het eerste begin van gemeenschappelijkheid en het democratische proces dat de samenleving helpt vorm te geven aan alle wereldbeelden binnen die samenleving. Dit zou dan in ieder geval ten dele een alternatief zijn voor een al te grote nadruk of effectiviteit en efficiëntie. Dat zou de waardenverbrokkeling tegengaan en de maatschappelijke coherentie versterken.

Om de communicatie een gemeenschappelijke richting te geven dient ten eerste nagedacht te worden over een gemeenschappelijk ideaal. Maar dat is niet genoeg, aangezien de toepassing van die waarde niet uit kan blijven voor de realisatie van een gemeenschappelijk gedragen waardenpatroon.  Ik wil in dit stuk een essentiële waarde als uitgangspunt nemen voor de interreligieuze communicatie.

De waarde waar ik het over heb, het gemeenschappelijke ideaal dat voor het menselijk handelen een moreel richtsnoer kan zijn, is liefde. Liefde bindt, liefde vervult en wordt gedragen door alle religieuze organisaties. Daarnaast is liefde een algemeen herkenbare waarde, ook voor niet religieuzen.

Eenheid door liefde….

De grote religieuze verhalen uit verschillende tradities verwijzen in hun essentie naar liefde. Zij zijn verwijzingen naar de ervaring van liefde.

Hoeveel meer indruk maakt de ervaring van liefde boven een verhaal over liefde?

Het is om die reden dat allen die zich verbonden voelen met een verschillend gedachtegoed, tegelijkertijd verenigd zijn in de ervaring van liefde. Het begint met een ideaal, maar het moet een praxis worden.

Hindoeïsme

Er is één godsdienst, de godsdienst van de liefde.
Er is één taal, de taal van het hart.
Er is één kaste, de kaste der mensheid.
Er is één God en Hij is alomtegenwoordig.

 

Sai Baba

Soefisme

Het primaire aspect van het goddelijk Wezen, zoals in de bijbel wordt gezegd, is liefde; de manifestatie van dat zelfde beginsel, in al zijn volheid, kan gevonden worden in het hart van de mens; en zo is het ontwaken van het hart in feite het ontwaken van God.

Inayat Khan

Boeddhisme

Laat je gedachten van grenzeloze liefde de hele wereld doordringen – boven, beneden en erdoorheen –  zonder enige weerstand, zonder enige haat, zonder enige vijandigheid.

Of je nu staat, loopt, zit of ligt, zolang je wakker bent moet je hierop blijven letten. Dat is wat genoemd wordt de volmaakte staat van leven.

Pali tekst

Christendom

Al sprak ik de talen van alle mensen en die van de engelen – had ik de liefde niet, ik zou niet meer zijn dan een dreunende gong of een schelle cimbaal. Al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen – had ik de liefde niet, dan zou ik niets zijn.

1 Kor.

Herdefiniëring van de theologie

Een theologie die de superioriteit verkondigt van het eigen gedachtegoed werpt een drempel op voor toenadering van andere religies. Een religieuze groep die het eigen gedachtegoed superieur acht boven dat van anderen zal zelf ook niet snel de gelijkwaardige communicatie opzoeken.

In het pluralistische en democratische ideaal staat het voorop dat er allerlei soorten van religieuze groepen mogen zijn, zolang de rechten van de mens maar gehandhaafd blijven. Ook de exclusieve religieuze groeperingen. Maar voor de interreligieuze dialoog en het gezamenlijk vorm geven aan een algemeen geldende maatschappelijke moraal kunnen opvattingen van superioriteit geen plaats hebben. Ieder mens volgt diens eigen pad en wordt gevormd door de invloeden van diens eigen cultuur, keuzes, opvoeding en religie.

De theologie kan niet achter blijven in het verwoorden van een ideaal dat aansluit bij de idealen van ander religies en vormen van spiritualiteit. Los van elkaar geven religies woorden aan het ideaal van liefde en éénheid. Net zoals men zich in de moderne periode bewust werd van de herkenbare idealen en gedragingen van de ander binnen een andere religieuze zuil, zo kan men zich nu bewust worden van de gemeenschappelijkheid in het streven van andere religie en spirituele stromingen. Heel kernachtig gezegd kun je stellen dat alle religies zich zoeken te verbinden met het Transcendente en of Immanente Bestaan. En een vredige, liefdevolle en rechtvaardige samenleving nastreven. De culturele en theologische verschillen zijn er ook, maar het meest essentiële bindt hen. Naast het recht van eigenheid heeft de mens ook de morele plicht om zich in te zetten voor liefde, vrede en rechtvaardigheid.

De christelijke theologie, opgesteld door kerkelijke instanties, heeft door de eeuwen heen een stevige voet aan de grond gekregen. Maar door moderne inzichten binnen de theologie is er de mogelijkheid ontstaan om tot een andere, historisch gefundeerde, theologie te komen. Een theologie die zich primair richt op de contemplatieve mens. Een theologie waar ritueel en dogma niet de heersende normen zijn, maar de menselijke ervaring van het Transcendente. Daar staat niet leerstelligheid het hoogst op de agenda, maar de mystieke ervaring. Religie, theologie en traditie komen dan in dienst te staan van de menselijke praxis in zijn of haar zoektocht naar God.

Tot slot

Een rechtvaardige pluralistische samenleving is niet alleen een verdienste van de wet, het democratisch ideaal van de politiek of de rechten van de mens. Rechtvaardigheid is ook een innerlijke ervaring van moraliteit; liefde en wijsheid waaruit een individu handelt. Ieder individu heeft daar een eigen verantwoordelijkheid in. Het is ook de mogelijkheid van de mens om diens eigen Licht te laten schijnen. Jezus wijst ook op die mogelijkheid in de bergrede, waar hij ingaat op een aantal essentiële waarden en de mystieke ervaring, om vervolgens te komen tot de uitspraak:

‘U bent het Licht der wereld!’ 

(Matt: 5:14)

Communicatie en Liefde voegen iets toe aan onze op functionele effectiviteit en rationaliteit gerichte wereld. Zij vertegenwoordigen het hart van de mens en bewerkstelligt éénheid onder allen mensen. Voor de realisatie ervan dient men op drie niveaus te ontwikkelen:

Micro – individueel

Meso – eigen organisatie

Macro – maatschappelijk

Liefde in het individuele handelen, voelen en denken vormt de basis voor de organisatorische en maatschappelijke realisatie ervan. Zonder de persoonlijke realisatie van liefde in de levens van mensen blijft ieder organisatorisch en maatschappelijk idealisme hol.

In religieuze organisaties krijgt liefde vorm in het aandachtsvolle handelen gericht op ondersteuning, vorming en inspiratie van de leden onderling. Maar om liefde ook op maatschappelijk niveau te realiseren is het nodig om de theologie toegankelijk te maken voor een veelvormige culturele en religieuze samenleving. De identiteit van religieuze organisaties kan gehandhaafd blijven, maar op het vlak van het interreligieuze mag de nadruk komen te liggen op de gemeenschappelijkheid. Er dienen actief  bruggen gebouwd te worden tussen verschillende organisaties die als moreel baken wensen te fungeren.

Om de kritiek op de kerk, betreffende uitsluitingsmechanismen en negatieve beoordelingen van buitenkerkelijke zaken, serieus te nemen moet er naar bovenstaande zaken gekeken worden.

Religieuze en spirituele groepen en individuen kunnen lichtende voorbeelden van broederschap zijn.

Door communicatie over-, en toepassing van het ideaal van liefde in een pluralistische wereld kunnen kerken hun rol als moreel baken in de maatschappij herstellen.

Bronnen

–  De kerk en de democratische rechtsstaat – een positiebepaling (PDF)

–  De eenheid van religieuze idealen; Inayat Khan; Panta rhei; Isbn; 9073207487

–  Handboek religie in Nederland; Meinema 2008

–  Nederlands theologisch tijdschrift van 6 Mei 2010; nummer 64; G. de Kruijf, H. de Roest; Boekencentrum uitgevers


 [C1]

Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief!

Wil je op updates over de diensten die ik aanbied,de podcasts kunnen beluisteren, enz? geef je emailadres en je krijgt het in je mailbox!Workshops en sessies doe ik ook 1 op 1! Toe aan spirituele verdieping?je hoeft niet te wachten totdat ik iets organiseer, contact me and we'll make it happen. Namaste

ik gebruik je emailadres nooit voor andere doeleinden. Je kan je elk moment uitschrijven :)! (mijn wens is wel om je langer te verwelkomen en van dienst te zijn! )

2 Comments

2 Replies to “Arno Groote : Maatschappelijke relevantie van Religie”

  1. Dank voor je reactie Pascalle!

    Gelukkig zijn er mensen ‘wakker’ aan het worden. Het zijn vaak de mensen met interesse voor bewustzijn en spirituele ontwikkeling die zich openstellen voor de universele waarheden zonder het labeltje van 1 bepaalde stroming..dat is wat ik in ieder geval ervaar en om mij heen zie :).

    Namaste

inspirerend?toevoegingen?interactie? welkom!